Uitnodigen
In de niet-schrikkeljaren (dus 2011) vraagt de heer de dame mee naar het gala. Op de klassieke manier gebeurt dit middels van het schrijven van een brief met zilveren pen op blauw papier. De dame in kwestie antwoordt hierop met een roze brief, beschreven met gouden pen, waarin zij de heer op de thee uitnodigt. Bij de thee kan de dame koekjes serveren, wat betekent dat zij graag meegaat. Wordt er geen koek geserveerd, dan gaat de dame helaas niet mee en moet de heer op zoek naar een nieuwe dame voor het gala. Dit kan de dame ook al eerder laten merken in haar brief, zodat zij de heer niet in verlegenheid brengt. In de schrikkeljaren is het gebruikelijk dat de dames de heren meevragen naar het gala.
Worden er dates vanuit broeder- of zusterverenigingen geregeld, dan geldt hier niet per se het gebruikelijke uitnodigen met briefwisseling. Het is echter wel gewenst en leuk om de dame of heer in zo’n geval van te voren iets beter te leren kennen.
Van oudsher is het gebruikelijk dat de heer het gala voor de dame betaalt. De dame betaalt op de avond zelf daarbij eventueel de drankjes voor haar en de heer. Bij studentenverenigingen is het echter niet ongebruikelijk dat de kosten voor het gala worden gedeeld door de dame en heer.
Kleding
Voor heren zijn er twee mogelijkheden wat betreft de avondkleding:
De ‘white tie’ (of het rokkostuum), dat bestaat uit:
De ‘black tie’ (smoking), dat bestaat uit:
Raak niet in paniek bij het zien van deze voorschriften. Allereerst zal er voor het gala waarschijnlijk een rokkostuum-/smoking- pasmoment worden georganiseerd, waarbij het mogelijk is een dergelijk kostuum aan te schaffen voor een vriendelijke prijs. Verder is iets dergelijks ook altijd te huren (let wel, 2 of 3 keer huren is vaak even duur als kopen) of lenen van een vriend of familielid. Daarnaast zal er natuurlijk niet tè strikt naar de kledingvoorschriften worden gekeken, maar probeer er wel aandacht aan te schenken.
Dames dragen een ‘groot’ avondtoilet, waarmee bedoeld wordt:
Het dragen van een horloge is voor heren en dames niet gepast. Je hoeft op een gala immers niet op de tijd te letten, aangezien gezelligheid geen tijd kent!
Corsages
Corsages worden verzorgd door de uitnodigende partij. Traditioneel is de corsage een klein bloemetje. Het is verstandig om te proberen de kleur van de jurk van de dame te achterhalen, zodat de kleur van de corsage niet bij de kleur van de jurk vloekt. De dame werkt hierbij mee door bij het vragen van de heer op de thee een stukje van haar jurk uit de kast te laten hangen.
Het is leuker en studentikozer om een ander voorwerp dan een bloem als corsage uit te zoeken. Hierbij wordt een stukje creativiteit verwacht van de uitnodigende partij. Probeer hierbij iets te vinden wat iets zegt over of past bij u als paar. Het is hierbij nooit te gek: van badeend tot bijbel(tje), van fietsbel tot fluitketel(tje), alles kan als corsage gebruikt worden. Zorg wel voor een passend paar, het liefst vergezeld van een mooi motto om aan uw partner mee te geven.
De heer draagt zijn corsage links op de revers van zijn jasje met de bloem opwaarts gericht, de dame draagt haar corsage eveneens aan de linkerkant, te weten links onder haar sleutelbeen, maar dan met de bloem naar beneden. Getrouwde vrouwen dragen de corsage rechts. Kan de corsage door omstandigheden of door de vorm van de jurk niet op de borst gedragen worden, dan wordt hij om de pols gedragen.
De corsage wordt overhandigd op de avond zelf, bij voorkeur tijdens de ontmoeting bij de dame thuis. Iedereen kan zo zien dat u bij elkaar hoort. Hierbij geldt: hoe eerder, hoe beter!
Voor de avond
Alvorens een feest aanvangt haalt de heer zijn dame natuurlijk thuis op. De heer laat de dame rechts van zich lopen als het verkeer dit toestaat. Bij gevaarlijke situaties, zoals langs de stoeprand beschermt de heer zijn dame door tussen haar en het overige verkeer te lopen.
De avond zelf
Dames gaan voor heren’ is een regel die iedereen wel kent. De kennis van wanneer deze regel moet worden toegepast is echter veel minder aanwezig. Toch is het uitermate belangrijk de etiquette op dit punt te kennen. Niet alleen om zelf niet voor schut te staan, maar vooral ook om uw dame –die wellicht wél goed op de hoogte is– niet in verlegenheid te brengen.
Binnenkomst
Draaideur of zwaaideur: zijn er één of meer dames in het gezelschap, dan gaat de man voorop het restaurant binnen; en is er meer dan één man, dan gaat één van hen vooruit, terwijl de overige heren de rij achter de dames sluiten. Op weg naar de garderobe (als die er is) loopt de heer naast zijn dame; maar hij gaat haar weer voor de eetzaal in. De heer helpt zijn dame bij het uittrekken van haar jas. Voor het overige: als een jonge vrouw gewend is zichzelf van haar jas te ontdoen, dan staat haar dat volkomen vrij, want niemand moet zijn eigen persoonlijkheid geweld aandoen. Maar een vrouw moet niet in een openbare gelegenheid, ten aanschouwen van iedereen, een beginnend gebaar van hulpbetoon opzettelijk negeren of afwijzen.
Plaatsnemen
De heer met zijn dame wordt in een klasserestaurant verwelkomd door de eigenaar, of door de maître d’hôtel of anders door de ober. De ober loopt vooruit naar de tafel, de dame volgt, en de heer sluit aan. Bij grotere gezelschappen maken we daar geen parade van, waarbij de dames en heren zich eerst om en om opstellen; alles gaat veel vlotter in een spontane volgorde, zolang dat maar niet uitloopt op een groepje vrouwelijke hekkensluiters. Zonder ober als begeleider gaat de heer voorop. De heer neemt pas plaats aan tafel als de dame zit. De aandacht van de ober trekken dient zo onopvallend mogelijk te gebeuren: de heer probeert de blik van het bedienend personeel te vangen. In het geval dat één van de heren zich wil excuseren, wordt toestemming gevraagd aan de partner. Als de dame dit wil, staat ze gelijk op, haar tafelpartner volgt dit voorbeeld. De heer gaat pas weer zitten als de dame daadwerkelijk van de tafel vertrokken is. Bij terugkeer van de dame schuift de heer haar stoel aan. Het is niet correct om de partner lang alleen te laten.
Trappen
Als er een trap beklommen moet worden geldt er de regel: bij het beklimmen van een trap gaat de heer voor de dame uit. Hij mocht vroeger namelijk haar enkels niet zien. Maar niet op een moeilijke trap: dan is het hoffelijker dat hij volgt, zodat hij haar zonodig ‘kan helpen of voor een val behoeden’. Bij het afdalen van een trap gaat de heer weer voorop, behalve als het weer zo'n griezeltrap is.
Tafelmanieren
Een groot deel van de avond zitten we aan tafel en zijn we aan het eten. Kennis van de gebruiken rond het diner is daarom belangrijk. De heer praat eerst wat met zijn tafeldame (rechts dus); maar hij blijft niet uitsluitend met haar in gesprek, dat is niet beleefd en evenmin stimulerend voor de conversatie in het algemeen. Hij zegt dus snel iets tegen de dame aan zijn linkerkant. Daarbij geldt als officiële uitgangsregel: je kunt evenmin etend praten als etend luisteren, dus onderbreken degene die wat zegt en degene tegen wie wat gezegd wordt even de maaltijd. Behalve als je tafelbuur lang achtereen aan het woord is; dan neem je gewoon af en toe een hapje. In de praktijk lopen deze uitgangspunten echter door elkaar.
Houding aan tafel
Voor de maaltijd liggen onze handen –de onderarmen niet verder dan net voorbij de polsen op de tafelrand– rustig naast ons bord, of op onze schoot. Eten we een bepaald gerecht alleen met de rechterhand, dan rust de linkerhand weer op tafel; hebben beide handen even niets te doen, dan liggen ze daar allebei. Maar nooit met in die handen mes en vork omhoog wijzend, en bestek is ook niet bedoeld om daarmee ons betoog te bekrachtigen. Verder zitten we met rechte rug en niet lui achterover; de benen naast elkaar, niet gekruist of om een stoelpoot geslagen. Onze ellebogen houden we dicht tegen ons aan, ook bij het snijden, om onze buren niet te hinderen. We hangen niet over de tafel, buigen niet bij elke hap voorover, en leunen niet op onze ellebogen. We drinken of praten niet zolang zich nog voedsel in onze mond bevindt, en we gebruiken geen slok wijn of water om onze mond van voedselresten schoon te spoelen. We nemen geen te grote happen, en zelfs geen kleinere als we die niet in één keer van onze vork of lepel kunnen happen. We eten onhoorbaar, met gesloten mond, en we drinken zonder te herrie. Met de vork voedsel van de achterkant van ons bord naar ons toe halen is net zo taboe als ons hele bord omdraaien, om zo het begeerde beetje recht voor onze neus te krijgen. Zout, peper, boter en dergelijke buiten onmiddellijk handbereik pakken we niet voor onze buurman of buurvrouw langs; we vragen het gewenste even aan te reiken. Je schuift nooit voldaan je bord van je af.
Servet
Op of naast het bord bevindt zich het servet. Dat vouwen we niet helemaal uit, maar leggen het dubbel of in drie repen gevouwen dwars over onze knieën. Het servet dient ondermeer voor het afvegen van de mond voor we iets drinken en zo nodig na een slok wijn of vet hapje. Na afloop van de maaltijd leggen we het servet links naast het bord. Het bestek Afgezien van het dienstbestek waarmee wordt opgeschept onderscheiden we groot bestek, klein bestek, visbestek en fruitbestek. De vorken liggen links van het bord, het dessert- en fruitbestek erboven, de messen (snijkant richting bord) en de soeplepel rechts van het bord. Linkshandigen moeten zelf voor de maaltijd hun bestek omwisselen. Het ligt van buiten naar binnen in de volgorde waarin het bestek bij de verschillende gangen zal worden gebruikt.
Bestek in rust
We leggen mes en vork nooit met de punten op de rand van het bord en met de stelen op de tafel, het zijn geen roeispanen. Onderbreken we het eten even om iets te zeggen of aan te horen; willen we ons nog een tweede keer (laten) bedienen of wordt de hele maaitijd even stilgelegd voor een tafelspeech, dan is de positie van het bestek op ons bord: gekruist met de holle kant van de vorktanden over het mes, en de snijkant van het mes naar ons toe gericht. Willen we niet meer van een gerecht eten, dan leggen we mes en vork naast elkaar schuin over het bord met de stelen naar rechts, het mes bovenaan met de snijkant naar de vork, en de vork met de tanden naar boven.
Hanteren van het bestek
Het mes: we hanteren het mes met de rechterhand in de zogeheten ‘bovenhandse’ greep. Zonder de wijsvinger op het lemmet om bij het snijden meer kracht te kunnen zetten, waarschuwt de klassieke regel. Het mes behoort zonder die extra druk scherp genoeg te zijn. De hoofdzaak is trouwens dat de vork het te snijden voorwerp goed vasthoud zonder te verschuiven, dan moet het afsnijden van bijvoorbeeld een stukje vlees ook met een niet al te scherp mes nog wel lukken. Met je mes voedsel naar je mond brengen is absoluut not done. Het mes is alleen bedoeld om mee te snijden en het voedsel op de vork te brengen. De vork: de vork hanteren we eveneens links en de bovenhandse greep, met de punten naar beneden gericht, waarbij de wijsvinger losjes in de flauwe kromming van de steel rust. Andere functie van de vork: het ‘oplepelen’ van voedsel dat moeilijk opgeprikt kan worden, zoals erwtjes. Dan draaien we de vork met de punten naar boven, en houden hem dus onderhands vast.
Het samenspel
Alles heeft zijn eigen smaak. Als we verschillend smakende dingen op ons bord meer door elkaar mengen dan voor het genieten ervan nodig is, dan vervlakken al die smaken of één gaat de rest overheersen. Prakken en op het bord fijnmalen schiet tekort in respect voor de etenswaren en de kokers. We prikken een stukje daartoe afgesneden vlees aan onze vork, waarbij de bolle kant van die vork zich logischerwijs boven bevindt. Daarna snijden we met ons mes een stukje aardappel en een beetje groenten op de vork. Zo hebben we zonder de hele boel door elkaar te mengen een kant en klaar hapje samengesteld.
Het drinken van de wijn
Er wordt in ons land geen wijn gedronken alvorens de gastheer een toost heeft uitgebracht. De wijn- en waterglazen staan rechts boven bet bord in een groepje, een rijtje of een driehoek, het eerst te gebruiken wijnglas helemaal recht en zo vervolgens naar links, met uiterst links het waterglas. Staan de glazen in een driehoek opgesteld, dan met het laatste wijnglas als top. De glazen worden tussentijds niet afgeruimd, met uitzondering van gebruikte bierglazen. Een wijnglas houden we vast bij de steel. Vlak onder de kelk of, als de steel lang is, ongeveer halverwege daarvan. De vingers mogen iets onder de onderkant van het glas liggen. In slechts één situatie is het zinvol en geoorloofd de kelk wat royaler in de hand te vatten: als witte wijn te koud is geserveerd en we hem alsnog op temperatuur willen brengen. Een mooie wijn kunnen we, alvorens een slokje te nemen, even laten ‘walsen’ om de geur los te maken. Hierbij houden we het glas met twee vingers onder aan de steel vast, waarbij we het glas een kleine draaiende beweging geven. Voor het drinken vegen we onze mond af met ons servet om het glas niet vet te maken, en eventueel nemen we eerst nog een stukje brood; dat neutraliseert de smaak van de laatste hap. We drinken echter nooit wanneer zich in onze mond nog voedsel bevindt.
Dansen
Bij een officieel feest als een gala hoort stijldansen. Wees hierover niet bevreesd, waarschijnlijk hebben de meesten hier weinig tot geen ervaring mee. U zult dus niet snel voor gek staan. Bovendien is er tijdens de Dies-week gelegenheid om een aantal fancy dansbewegingen te leren bij de stijldansles. Later op de gala-avond wordt het feest natuurlijk wat losser en kan er over gegaan worden op andere manieren van vertier.
Na het gala
Bij de garderobe haalt de heer de jas van de dame en helpt haar bij het aantrekken. Bij het weggaan gaat de dame de heer voor, maar bij de deur wacht zij tot de heer hem voor haar opent. De heer brengt de dame netjes naar huis. Tot slot is het natuurlijk altijd beleefd om als dame de heer voor het gala te bedanken, dit kan op het moment van afscheid, per brief of via andere communicatiemiddelen.